Een paar weken geleden zat ik op een bankje op Plaça de la Virreina in Barcelona en viel mijn oog op een groepje duiven dat langs hupte. Vervolgens observeerde ik voor drie kwartier minuten het samenspel tussen passerende mensen en duiven. Het drong tot me door dat deze relatie erg symbolisch is voor hoe slecht de mens in het algemeen met dieren omgaat, en vooral voor hoe normaal we dit vinden.

Het kwaad was al vroeg geschied. Voor minimaal twintig minuten rende een bezwete kleuter achter een drietal duiven aan in een poging ze een schop te verkopen. Wanneer een duif landde kwam het kind er sprintend op af en eenmaal bij het dier aangekomen slingerde het rechterbeen met kracht van achter naar voor. De duif haastte zich rennend en vliegend weg. Voor veel mensen is dit een plezierig en onschuldig tafereel om te aanschouwen, maar hier klopt iets niet. Waarom accepteren we zulke gewelddadige pogingen van kinderen wel richting duiven maar absoluut niet richting mensen?

Zo belanden we bij de volwassenen die over het Spaanse stadsplein raasden en dwars door de duiven heen liepen alsof ze niet bestaan. Een duif met een vers verbrijzeld pootje kreeg in het beste scenario een medelijdende blik van een seconde. Wat heeft het ook voor nut om het beest te helpen, denken we dan. Als het echter om een hond of kat zou gaan zou de hele buurt van hot naar her rennen voor hulp.

Lees het vervolg hier

Gepubliceerd op 15 augustus 2022