Begin december bezocht ik Hamburg. Een uitgestrekte stad met een royaal metronetwerk, meerdere meren en een tiental kerstmarkten. Ik keek ernaar uit vakantie te vieren en even te ontsnappen uit de digitale bubbel en de hectiek van het dagelijks leven.

Ik nam mij voor geen vooronderzoek naar bezienswaardigheden te doen. Zonder plan wilde ik op pad gaan en de Duitse stad zodoende ontdekken. Zien zonder vooraf te weten wat. Toen wist ik nog niet dat ik juist heel doelgericht op pad zou gaan met mijn smartphone haast in mijn rechterhand gelijmd. Met terugwerkende kracht kan ik wel stellen dat ik zo afhankelijk van Google Maps ben geworden dat deze app grotendeels heeft bepaald hoe ik Hamburg bezocht en beleefde. 

Het tijdperk waarin we leven maakt van mij een individu dat houdt van controle; een doel; een eindpunt. Eenmaal aangekomen in Hamburg voelde ik direct de druk Google Maps te openen. In de gure noordelijke wind opende mijn tintelende vingers de app om zo regelmatig mijn positie ten opzichte van de grote stad te bestuderen. Zonder het ding zou ik geen idee hebben waar ik naartoe moest. Enerzijds gaf het een gevoel van grip, maar anderzijds ook van afhankelijkheid en kwetsbaarheid. 

Stedelingen lijken binnen de versnelde dynamiek van een stad bovendien altijd goed te weten waar ze naartoe moeten. Ze lopen snel en doelgericht, auto’s scheuren langs, steppers en fietsers gaan even snel aan mij voorbij als in Amsterdam. Op de stoep, te midden van de grote passen van Duitstaligen om mij heen, merkte ik het vervelend te vinden niet te weten waar ik heen liep. Ik voelde het verlangen het tegenovergestelde uit te stralen en mee te doen met de rest.

In plaats van rond te dwalen, zocht ik tijdens mijn stedentripje constant naar punten om te stoppen om zo altijd een doel te hebben waar ik naartoe liep. Niet het proces, namelijk het wandelen, telde. De nadruk lag gevoelsmatig bij de eindplek. Bij de kleinste verdenking een verkeerde straat in te zijn gelopen schoten mijn handen naar mijn mijn jaszak toe. Verkeerd lopen voelde als onproductief.

Na heel veel stappen had ik zin in koffie. In plaats van dat ik mijn hoofd ophief en mijn ogen gebruikte om op zoek te gaan naar een café, typte ik “koffie” in op Google Maps. In een bliksemflits doken twintig plekken in de buurt op. Ze lieten lieten mij besluiteloos en vastgenageld aan de straat staan. Op basis van reviews en het aantal sterren probeerde ik te beslissen waar ik wat wilde drinken. Google Maps en de beoordelingen in de app hadden de macht te concluderen waar ik wel en niet heenging.

In 2017 schreven Nicolo’ Andreula en Fraser Thompson op de blog van Google het volgende: 

“Maps help people move and shop in a faster and more efficient way. For example, not only do digital maps reduce travel time, they also help people save time on purchases by providing information like directions and product availability.”

Ik realiseer mij echter steeds meer dat ik geen zin heb om mij sneller en efficiënter door een stad te manoeuvreren. Ik wil geen tijd besparen, zeker niet bij het bezoeken van een nieuwe stad, en het leven draait niet om het versnellen van aankopen doen. Google Maps heeft te veel controle op mijn (ons!) leven en op hoe we nieuwe plekken beleven. Het wordt hoog tijd deze macht terug te dringen en de controle juist eens te verliezen. Te verdwalen en dat op eigen houtje op moeten lossen. Ik wil mijn leven meer speelsheid inblazen en met eigen creativiteit een oplossing zoeken voor een vervelende situatie, zonder dat Google mij zo’n ongemakkelijke situatie al ontnomen heeft. Hoe erg had het mijn bezoek verrijkt als ik in krakkemikkig Duits de weg had moeten vragen, wat mij betreft met een gekreukte plattegrond in mijn handen? Die frictie is juist datgeen dat ik gemist heb tijdens mijn bezoek.