Je zit in de bus. In het geromantiseerde verleden spraken mensen met elkaar, hoogstens las iemand de krant. Nu staart het gros van de mensen naar een digitaal rechthoekje met vingers die tikken en swipen. Je hoort de muziek van degene tegenover je langs de koptelefoon heen suizen. Waar is de frictie, het ongemakkelijke oogcontact en het gesprek over de rijstijl van de buschauffeur?

Wat doe jij op je telefoon in het openbaar vervoer?
De befaamde kritiek op overmatig telefoongebruik in het openbaar vervoer wil ik doorbreken met een nieuwe benadering. Ik ga in gesprek met mensen over wat hun smartphone ze te vertellen heeft en welke rol het ding in hun leven speelt. Het gesprek start met “Wat ben je nu aan het doen op je telefoon?” Er volgen fijne interacties over gevoelens en denkbeelden en ze maken de verwevenheid van de smartphone in de maatschappij tastbaar.
Ik vond het best spannend om mensen aan te spreken. Je hebt al snel het gevoel dat je iemand stoort. Mensen reageerden echter enthousiast, lachten me toe, en de gesprekken voelden al snel organisch aan.
Met deze benadering doorbreken we samen het schild aan draadloze oortjes, verlichte schermpjes en gesloten blikken. Deze interactie vormt een overbrugging, een moment van stilstand, reflectie en offline verbinding.
Kritiek op de smartphone-verslaving bestaat natuurlijk al langere tijd. Veel mensen willen afkicken, minder naar hun scherm turen. Een serieuze verslaving heeft zich ontwikkelt, strekt zich uit over de hele maatschappij, raakt alle lagen. Het is geen individuele kwestie, maar nationaal, bijna wereldwijd zelfs, systemisch, en daardoor politiek.
De ontelbare apps zijn ontworpen door bedrijven met economische belangen, en precies zo in elkaar gezet om ons er afhankelijk van te maken. Dit doet ze door in te spelen op basisbehoeften; de constante notificaties van een nieuws-app geven ons bijvoorbeeld een gevoel van zekerheid, veiligheid en controle over onze omgeving. Dit vergroot ons overlevingsmechanisme en heeft een verslavende werking, zo schrijft Doortje Smithuijsen in haar boek Iedereen verslaafd (2022). Maar hoe kijken gebruikers hiernaar? Wat voelen zij erbij?
Hieronder staan nog wat oudere gesprekken zonder foto’s die ik in het OV voerde samen met Eva den Dikken, die mij aanmoedigde door te gaan met dit idee.
‘App Limit’
We passeren de Czaar Peterstraat en hijskramen ontpoppen zich in de verte. Hafez en Nada komen net terug van een bezichtiging voor een koophuis in Almere. Ze zitten aan het raam tegenover elkaar in een vier-zitter wanneer we ze aanspreken. Hafez heeft zijn smartphone in zijn hand en scrolt op Funda. Het zoeken naar een huis is moeilijk, maar Hafez en Nada hadden ook niet anders verwacht. Op dit moment zijn ze in beraad over het bezichtigde appartement en bekijken ze ook andere advertenties op Funda.
Hafez voelt waarschijnlijk de bui al hangen wanneer we vertellen dat dit een stukje wordt over smartphone gebruik. Snel geeft hij toe dat, al kijkt hij nu puur voor appartementen, hij strijdt met overmatig gebruik.
Hij vertelt dat hij een paar dagen terug ‘App Limit’ activeerde, dat is een ingebouwde functie op de iPhone. Daarmee kun je voor bepaalde applicaties, zoals Facebook en Instagram, een tijdslimiet instellen. Wanneer dat limiet bereikt is, komt er een melding in beeld. Hij laat het ons zien. Je kunt dan kiezen uit, ‘nog één minuut’, ‘herinner mij over vijftien minuten’ en ook ‘negeer de limiet voor vandaag’. Klik je op die laatste, dan kun je de app gewoon blijven gebruiken, lacht hij. Ook Nada giechelt.
Toch motiveert ‘App Limit’ Hafez om zijn telefoon minder te gebruiken. Soms ligt hij in bed en scrolt hij op Twitter. Wanneer hij de melding ontvangt kiest hij dan voor vijftien minuten extra, en vaak is de volgende melding genoeg om hem eraan te herinneren dat hij moet gaan slapen. Smartphone-gebruik is zonde van zijn tijd, vindt Hafez. Hij zou meer kunnen werken, een boek kunnen lezen, studeren, sporten. Er is zoveel meer dan op je smartphone zitten.
We rijden het Centraal Station binnen en Hafez opent snel de 9292 applicatie. Ze moeten naar Lelylaan maar weten niet zeker of ze deze trein uit moeten. Na enkele secondes staan ze op, danken ons voor het gesprek en we wensen het stel succes met de huizenzoektocht.
25 juli, 18:32, in de trein van Muiderpoort naar Centraal Station. Interview afgenomen samen met Eva den Dikken. Dit gesprek is vertaald vanuit het Engels.
Dierenfilmpjes
De trein verlaat het Centraal Station. Aled zit aan het raam en kijkt een video op Instagram. We mogen meekijken. Een hond, een kip, een grote tuin met gras, de tekst ‘my dog and chicken love playing together’ in beeld. Ze noemt dit soort video’s “flauwe dingetjes”, maar ze geven haar wel ontspanning. Op Instagram is ze verder niet persoonlijk actief, maar als communicatieadviseur speelt de app wel een grote rol in haar werk.
Voor Aled lopen privé en zakelijk Instagram gebruik door elkaar. Ze kijkt namelijk buiten haar werktijden regelmatig op de professionele Instagram pagina. Aled vindt deze vermenging niet erg, noemt Instagram leuk, maar ook verslavend. Veel influencers gebruiken Instagram om zelf veel volgers te krijgen. Dat doel heeft Aled voor haar privé pagina niet, maar voor haar werk zit dat anders, legt ze uit. Ze vindt het leuk na te denken hoe dat account meer volgers kan krijgen.
We kijken weer even mee op haar scherm. Aled zegt dat het algoritme van de app precies weet wat zij leuk vindt. Terwijl ze langzaam naar beneden scrolt zien we meerdere dierenfilmpjes, een post van het NRC en een video waarin een tiny house wordt gebouwd. Op de vraag of ze ooit zelf een tiny house gaat bouwen schudt ze nee. “Ik ben niet handig. Maar ik droom daar wel over om ooit zo te gaan wonen”.
25 juli, 18:46 in de trein van Centraal Station naar Sloterdijk. Interview afgenomen samen met Eva den Dikken.
Nicht uit Turkije
Twee vrouwen zitten aan het raam. De één kijkt naar buiten, de ander die Eda heet typt een bericht op WhatsApp. Terwijl we haar aanspreken, sluit ze WhatsApp en vouwt ze haar smartphone open. Het gladde oppervlak evenaart de grootte van een schriftje, met een zachte lijn in het midden. We kijken er vol verwondering naar. Ze beantwoordt onze blik door te vertellen dat het een Samsung Galaxy Flip is. Een verjaardagscadeautje van haar man. Ze leest haar e-mails vaak op haar telefoon en kan er goed op schrijven. “Comfortabel”, noemt ze het.
Op WhatsApp was ze bezig een bericht van een collega over een toekomstig project te beantwoorden. Alhoewel Eda werkzaam is als docent en nu vakantie heeft, voelt ze zich verantwoordelijk om te reageren. Ze is gewend om in de trein te werken en haar e-mails en berichten dan te checken. Ze wil ermee stoppen, maar het ziet diep in haar systeem.
Naast haar zit haar nicht uit Antalya in Turkije. Het is de eerste keer dat ze in Europa is, dus de hele familie die verspreid over Frankrijk, België, Duitsland en Nederland woont, leidt haar deze weken rond. Gister haalde Eda, die in Nederland woont, haar met de auto op uit Keulen en vandaag bezochten ze Amsterdam. “Ik wil dat ze verschillende steden ontdekt. Er is zoveel te zien”. Eind deze week gaan ze misschien ook samen naar België.
Als ze geen smartphone zou hebben zou Eda haar ogen nu sluiten en even bijkomen. Iemand op bezoek hebben en moeten vermaken kost veel energie. “Ik ben erg moe”, zegt ze met een zachte glimlach.
25 juli, 19:08 in de trein van Centraal Station naar Muiderpoort. Interview afgenomen samen met Eva den Dikken. Dit gesprek is vertaald vanuit het Engels.





